De rode baret
01 jul 2010 Geef een reactie
door Anna Reiziger inKleinkunst, Liedje, Liedtekst, Van de barkruk gevallen
De rode baret
Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.
Je bent geen vrouw maar ook geen man,
je bent jij omdat het kan.
Je bent geen vrouw, je bent geen man,
je bent jij omdat dat kan.Jaren zag ik je lopen,
herkende mij in jou.
Durfde zelfs te hopen
en zwoor mezelf trouw.
Rode baret op je oor,
in rode jas met glans.
Statig ging je er voor
en ik greep ook mijn kans.Ik ben geen vrouw maar ook geen man,
ik ben ik omdat het kan.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man,
ik ben ik omdat ik dat kan.Donker Den Haag boog
de straten huilden omdat
jij niet meer bewoog,
kapot gemaakte schat.
Rode baret van je oor.
Rode jas, bebloede glans.
Op ‘t Spui ben je vermoord
en ontsprong daar niet de dans.Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat ‘t niet kon.
Ik ben geen vrouw, en ook geen man,
ik ben ik en weet niet waarom.Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat het niet kon.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man
en ik wou dat het anders kon.Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.
Tekst: Alice Verheij, muziek: Max Douw
© 2010, Alice Verheij
Vind ik leuk:
Vorige Jankend koor Volgende Morgen sta ik er weer
